Biologische wijn, biodynamische wijn, natuurwijn, ik zie door de bomen het bos niet meer…
Biologische wijn, biodynamische wijn, natuurwijn. Wijn wordt gemaakt van druiven. En het telen van druiven is geen sinecure. Een druif kan bijvoorbeeld niet zo goed tegen vocht, dat kan schimmelvorming geven. En er zijn meerdere ziektes en bedreigingen die in de wijngaard rondwaren. Om dit tegen te gaan kan een wijnboer kiezen om bestrijdingsmiddelen te gebruiken.
Wanneer een wijnboer een biologische wijn wil maken dan gebruikt hij geen chemische of synthetische bestrijdingsmiddelen of kunstmest in de wijngaard. Mochten er ziekten of vervelende insecten in de wijngaard voorkomen dan zal men dus natuurlijke methoden moeten gebruiken om deze te bestrijden. Een natuurlijke manier die veel werk vergt is het continu snoeien van de wijnstokken. Zo krijgt wind vrij spel en dat voorkomt vochtophoping. Je herkent een biologische wijn aan het groene Europese biokenmerk.
Biodynamische wijnen zijn óók biologisch, maar in dit geval zet de wijnboer een stap verder. Deze boeren zien de wijngaard als een compleet, zelfvoorzienend ecosysteem en men doet er alles aan om dit met natuurlijke compost en soms zelfs met natuurlijke preparaten van kruiden en mineralen zo goed mogelijk te ondersteunen. Niet alleen de druiven moeten gezond zijn, hele hele systeem eromheen moet dat ook zijn. ‘Normale’ wijnboeren werken met speciale gistcellen. In de natuurlijke omgeving van de biodynamische wijnboer kan met gebruik maken van de natuurlijke gistcellen die in de wijngaard voorkomen. Veel biodynamische wijnboeren stemmen hun werk af met de maandkalender. Biodynamische wijnboeren gebruiken in de regel wel sulfiet, maar vaak minder dan reguliere wijnboeren. Demeter is een keurmerk voor biodynamische wijnen.
En wat is dan een natuurwijn? Om hier een goed antwoord op te geven moet je eigenlijk terug naar de basis: hoe werd wijn destijds uitgevonden? Dat gebeurde – net als andere alcoholische dranken – per toeval. Op de schil van druiven leven gistcellen. We weten natuurlijk niet hoe het precies is gegaan, maar waarschijnlijk heeft iemand in vroegere tijden druivensap laten staan. De gistcellen op de schilletjes zijn daarin gaan gisten en zo ontstond er een drankje met alcohol, waar die persoon wel vrolijk van werd. Bij het maken van natuurwijn gaat men terug naar deze basis. Tegenwoordig worden bijna alle wijnen gemaakt door toevoeging van o.a. gist én sulfiet. Bij het maken van natuurwijnen wil men het liefst zo weinig mogelijk toevoegen. Ze gebruiken voor de fermentatie de natuurlijke gistcellen en voegen geen of zeer weinig sulfieten toe. Gisting komt dan spontaan tot stand op een natuurlijke manier. Natuurwijn is dus letterlijk…. Puur natuur!
En dan is er ook nog een tussenvorm voor wijnboeren die wél biologisch werken, maar ervoor kiezen om geen certificaat aanvragen. Je hebt daarvoor ook weer een aantal keuzes, we noemen er twe:
HVE (Haute Valeur Environnementale), een Frans duurzaamheidskeurmerk waar wijnboeren moeten aantonen dat ze milieubewust en duurzaam werken in de wijngaard. Het is wel minder strikt dan biologische wijnbouw.
Domaine de la Rouette uit de Côtes du Rhône werkt met HVE.
Terra Vitis: hier werken de wijnboeren milieubewust én duurzaam in de hele keten, dus niet alleen in de wijngaard, maar ook in de wijnkelder.
Château de l’Engarran uit de Languedoc werkt met Terra Vitis.
Waarom gaan die wijnboeren die deze tussenvormen niet gewoon over op biologisch? Vaak hoor je dat ze niet hele rompslomp willen omtrent certificeren, maar een belangrijk punt is dat deze wijnboeren als laatste redmiddel wél bestrijdingsmiddelen mag gebruiken. Een boer kan maar een keer per jaar oogsten en dan is het een geruststellende gedachte dat hij dit achter de hand heeft.
Onze Vinoloog Wouter schrijft veel over wijn, met name op LinkedIn.

