Met deze twee wijnen gaan we naar de Languedoc, het zonnige zuiden van Frankrijk. Een enorm wijngebied waar naast traditionele Zuid-Franse druiven tegenwoordig ook bekende internationale druivenrassen uitstekend gedijen.
De witte wijn is een combinatie van Chardonnay en Sauvignon. Sauvignon is vooral bekend uit Bordeaux en de Loire. Deze druif zorgt voor frisheid, levendigheid en een aromatische stijl. Chardonnay – bekend uit Bourgogne en natuurlijk Champagne – geeft de wijn juist wat meer rijp fruit, body en zachtheid. In de geur vind je citrus en tropisch fruit, met daarnaast wat florale tonen. Fris en sappig, maar tegelijkertijd lekker rond.
De rode wijn is gemaakt van Cabernet Sauvignon en Merlot. Cabernet Sauvignon geeft structuur, donker fruit en wat kruidigheid; Merlot zorgt voor extra sappigheid en een zachte, ronde smaak. De wijn is vooral op het fruit gemaakt, met soepele tannines en een toegankelijke afdronk.
De witte wijn is heerlijk als aperitief of bij vis, salades en lichte pasta’s. De rode wijn past goed bij gegrild vlees, barbecue, stoofgerechten of een stukje gerijpte kaas. De witte wijn is op dronk, de rode óók, maar kan ook nog 2 à 3 jaar rijpen.
Schenk de witte wijn goed gekoeld, rond 8 à 10 °C, en de rode rond 16 à 18 °C.
Santé!